zwamfotoframe .

Slijmzwammen zijn geen schimmels (paddenstoelen) maar amoebe-achtige organismen die zich kunnen verplaatsen. Ze vormen dus geen mycelium.

Amoeba is een geslacht van eencellige organismen die bestaan uit protoplasma met één of meerdere kernen. Het endoplasma (binnenste laagje) is troebel en korrelig terwijl het ectoplasma (buitenste laagje) meestal helder is. Het organisme behoort tot de wortelpotigen en varieert afhankelijk van de soort tussen de 30 en 800 µm (micrometer). Het eencellige organisme kan vrij leven of als parasiet in bijvoorbeeld de mens (De Entamoeba histolytica kan bijvoorbeeld de voor mensen gevaarlijke amoebedysenterie veroorzaken). Het organisme voedt zich voornamelijk met bacteriën. Voedselopname van amoeben en eencellige slijmzwammen geschiedt door middel van fagocytose: de celwand stulpt zich om het voedseldeeltje heen om het in de cel op te nemen en te verteren.
Verplaatsing geschiedt door het vormen van uitstulpingen in de celwand: de voetjes van deze eencellige.

Slijmzwammen verzamelen zich in grote, eencellige aantallen voor de voortplanting en vormen een dun, slijmerig laagje op de ondergrond. Die ondergrond is, afhankelijk van het type slijmzwam, de schors van een boom of tak of vochtig, vergaand hout (vaak een boomstobbe). Er zijn drie groepen van verschijningsvormen:
1 De klont slijm, gehuld in een vlies (meestal op schors);
2 De onregelmatig verdikte, wat klonterige slijmlaag (meestal op schors)
3 De verdikte slijmlaag waaruit zich afzonderlijke vruchtlichaampjes vormen (meestal dicht opeen staande steeltjes met daarop een bolletje of cilindertje).
Bij alle slijmzwammen verandert de slijmophoping, al dan niet gehuld in een vlies of een bolletje, in een droog sporenpoeder. Het omhulsel scheurt open (net als bij stuifzwammen) en het fijne poeder verwaait. Uit de sporen ontstaan weer eencelligen.

Andere "vormgroep"?:
Klik hier